Rechtbank Den Haag · 17 juli 2024
Verklaring voor Recht: de Belastingdienst handelde onrechtmatig jegens NVIG
De volledig op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak, het dictum, de schadeplicht en de processtatus van ECLI:NL:RBDHA:2024:24039.
De citeerbare kern
De rechtbank verklaarde voor recht dat de Belastingdienst van 6 februari 2013 tot juni 2021 onrechtmatig jegens NVIG handelde door te blijven stellen dat N₂O niet gedeeltelijk opgaat in opgeklopte slagroom. Ook werd voor recht verklaard dat de daardoor veroorzaakte geleden, lijdende en toekomstige schade moet worden vergoed.
Feiten en afbakening
Wat deze pagina vastlegt
Dictum 5.1
Het onrechtmatig handelen en de exacte periode staan uitdrukkelijk in het dictum.
Dictum 5.2
De rechtbank stelde ook de verplichting tot vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade vast.
R.o. 4.14–4.15
Het standpunt mocht volgens de rechtbank niet zonder nader onderzoek worden gehandhaafd.
Reikwijdte
Het dictum ziet formeel op NVIG. De onderliggende tarieflijn was een landelijk besluit van algemene strekking en is na het hof voor de gehele productcategorie gecorrigeerd.
Hoger beroep
De Staat stelde op 15 oktober 2024 hoger beroep in tegen het civiele vonnis. De processtatus daarvan staat los van de marktbrede werking van het fiscale beleidsbesluit.
Officiële publicatie
De uitspraak van 17 juli 2024 is op 31 augustus 2026 met inhoudsindicatie en volledige uitspraaktekst gepubliceerd op Rechtspraak.nl.
Inhoudsindicatie
Rechtspraak.nl vermeldt dat de Belastingdienst het betwiste standpunt onvoldoende inzichtelijk onderbouwde, dat NVIG mogelijke schade voldoende aannemelijk maakte en dat de Staat in beginsel gehouden is de door het onrechtmatige handelen veroorzaakte schade te vergoeden.
Bronnenpaspoort